De Vulgaat

De Vulgaat is de bijbelvertaling in het Latijn. De eerste editie is ontstaan in het eerste deel van de 5e eeuwse na Christus. In opdracht van paus Damasus vertaalde HiŽronymus het Hebreeuwse oude testament en het griekse nieuwe testament naar het latijn. Zijn arbeid werd uitgevoerd in de periode 390 tot 405 na Christus.

De Vulgaat werd bewust geschreven in alledaags Latijn, zodat een meer accurate en eenvoudiger te begrijpen bijbelvertaling zou ontstaan, dan voorgaande deelvertalingen. De Vulgaat bleef vele eeuwen de enige christelijke vertaling van het hebreeuwse oude testament. Voorgaande vertalingen in het latijn kwamen tot stand door de septuagint als grondtekst te gebruiken.

Vanaf 1546 aanvaardde het Vaticaan bij het Concilie van Trente nog slechts deze versie als gezaghebbend, met als gevolg dat katholieke vertalingen van de Bijbel gebaseerd op modern wetenschappelijk onderzoek tot de 20ste eeuw moesten wachten. Vele vertalingen in het Nederlands zijn dan ook op de Vulgaat gebaseerd.

HiŽronymus was verantwoordelijk voor tenminste drie verschillende versies van de Vulgaat.
De Romana Vulgata was de eerste, maar werd al snel vervangen door latere versies, met uitzondering van Groot-BrittanniŽ, waar het in gebruik bleef tot de Normandische verovering door Willem de Veroveraar in 1066.
De volgende was de Gallicana Vulgata, welke HiŽronymus een paar jaar later maakte. Het had kleine verbeteringen, met name in het oude testament. Dit werd na een paar decennia de standaard bijbel van de Rooms katholieke kerk.
De Hispana Vulgata is grotendeels identiek aan de Romana Vulgata, met uitzondering van het bijbelboek Psalmen, welke HiŽronymus opnieuw vertaalde uit het Hebreeuws voor deze versie. (In de voorgaande edities van de vulgaat had HiŽronymus de Psalmen grotendeels vertaald uit het Grieks en vervolgens de vertaling gecontroleerd aan de hand van beschikbare Hebreeuwse handschriften.)

De Latijnse vertaling, welke in gebruik was voor de Vulgaat wordt gewoonlijk aangeduid als de Vetus Latina, Oude Latijnse Bijbel of Oude Latijnse Vulgaat. Deze uitgave werd niet vertaald door ťťn persoon. De verschillende bijbelboeken varieerden hierdoor in kwaliteit en stijl In deze Oude Latijnse Bijbel werd het oude testament waarschijnlijk vertaald vanuit de Griekse Septuagint.
HiŽronymus vertaalde mogelijk niet alles uit het Grieks en Hebreeuws, maar reviseerde in hoeverre hij de tekst uit andere oude Latijnse vertalingen overnam is onduidelijk. Zeker is dat hij het oude testament uit het Hebreeuws vertaalde. In eerste instantie wilde HiŽronymus de deutero-canonieke boeken niet opnemen. Maar Augustinus van Hippo argumenteerde voor opname en paus Damasus stond erop, zodat deze boeken ook werden opgenomen. Het oude testament in de Vulgaat was daarmee grotendeels hetzelfde als de Septuagint, welke vertaling in die tijd het meest gebruikt werd door de Grieks-sprekenden christenen. Omdat HiŽronymus de deutero-canonieke boeken in de canon van secundair belang vond ten opzichte van de Hebreeuwse canon, nam hij het merendeel (behalve Tobith en delen van Judith) ongereviseerd en onvertaald over uit de Oude Latijnse Bijbel. Na zijn dood kwamen deze minder gepolijste Oud Latijnse delen terug in de officieel goedgekeurde Vulgaat, waar de stijl duidelijk te onderscheiden is van het werk van HiŽronymus.

De Oude Latijnse versie bleef in gebruik in sommige kringen, zelfs toen de Vulgaat als standaard werd geaccepteerd door de Westerse kerk. Sommige Kelten prefereerde nog eeuwenlang de oude versie. Daarnaast wordt beweerd dat afgescheiden groepen, zoals de Waldenzen en Albigensen, de Oude Latijnse versie prefereerden, omdat zij de Vulgaat associeerden met de Rooms katholieke kerk.